Posts Tagged 'spelling'

Turks?! Een korte inleiding

Ik ben nu al enkele weken Turks aan het leren. Wie mij kent, zal weten dat dit de zoveelste, exotische taal in de rij is, naast bijvoorbeeld Fins en Russisch. Voor wie niet zo thuis is in deze talige wereld een beetje uitleg bij deze drie:

Russisch is net als Nederlands, Frans, Engels, Duits en de ons meer bekende talen een Indo-Europese taal. Maar in tegenstelling tot Nederlands, Engels en Duits welke Germaanse talen zijn of Frans, Spaans en Italiaans welke Romaanse talen zijn, behoort Russisch tot de Slavische talen (waaronder ook Pools, Tsjechisch, Oekraïens, Bulgaars,…). Dat Indo-Europese impliceert dat Russisch en Nederlands in een gigantisch ver verleden uit dezelfde oertaal ontstaan zijn en daardoor gemeenschappelijke stammen en een gelijkaardige grammaticale basis hebben.

Fins en Turks zijn daarentegen geen Indo-Europese talen. Wat betekent dat de basis van hun woordenschat en grammatica helemaal anders zijn dan die van de Indo-Europese talen. Neem nu het woord probleem. In al de ons omringende talen is dat woord bijna hetzelfde: Frans problème, Engels problem, Duits Problem. Ook in het Russisch geldt dat: проблема (problema). In het Fins (ongelma) en het Turks (sorun) daarentegen is er in die woorden niets “problematisch” meer te herkennen.

Fins is in tegenstelling tot wat velen denken niet verwant aan het Russisch en nog veel minder aan het Zweeds. Het is een zogenaamde Finno-Oegrische taal, waarvan twee bekende familieleden Ests en Hongaars zijn. Daarnaast zijn ook Laps en een heleboel kleine talen (Wotisch, Lijfs, Ingrisch, Tsjeremissisch of Zurjeens) die voornamelijk in Rusland gesproken worden lid van deze familie.

Turks is een van de Turkse talen (samen met Azerbeidzjaans, Oezbeeks, Tataars,…) en is géén Semitische taal (zoals Arabisch en Hebreeuws) maar wordt doorgaans tot de Altaïsche talen gerekend. Daarbij horen ook Mongools, Koreaans en Japans. Tegenwoordig (sinds 1928) wordt Turks met het Latijnse alfabet geschreven, maar daarvoor gebruikten ze nog het Arabische.
Om alle vreemde klanken te kunnen schrijven, hebben ze daarom nieuwe letters ingevoerd: de ö en ü zullen u wel bekend voorkomen, uit het Duits bijvoorbeeld, zo worden ze ook uitgesproken. Maar er was nog een klinker waarvoor de Turken een nieuwe letter nodig hadden, fonetisch gaat het om de /ɯ/, die lijkt op de Nederlandse doffe e maar neigt toch iets meer naar de i. Daarom gebruikt men in het Turks daarvoor een i zonder puntje erop: ı. Daaruit volgt logischerwijs ook dat de hoofdletter i een puntje krijgt: İ. Ten slotte moesten er nog letters komen voor een paar medeklinkers: ş, ç en ğ. De eerste is de sj-klank uit sjaal, de tweede de tsj-klank als in tsjilpen en de derde heeft geen klankwaarde maar verlengt onder andere de voorgaande klinker.

Turks en Fins, ofschoon ze niets met mekaar te maken hebben, hebben vrij veel elementen gemeenschappelijk.
Eerst en vooral zijn het allebei agglutinerende talen. Dat wil zeggen dat dingen die wij meestal met aparte woordjes uitdrukken (zoals het voorzetsel in of de toekomende tijd) in het Turks uitgedrukt wordt aan de hand van uitgangen die je achteraan (of zelfs soms middenin) het woord toevoegt.

Konuşamayacağım wat in het Nederlands zoveel betekent als ik zal niet kunnen spreken kan opgesplitst worden in een hoopje suffixen:
konuş- = de stam voor spreken;
-ama- = niet kunnen;
-yacağ- = toekomende tijd, zullen dus;
-ım = ik.

Daarnaast bestaat er in het Turks (opnieuw net als in het Fins) vocaalharmonie. Ook voor ons weer een vreemd concept. Simpel gezegd worden de klinkers in onderlinge groepen verdeeld. Afhankelijk van welke klinkers er reeds in het woord staan, worden de klinkers in suffixen daaraan aangepast. Een voorbeeld waaruit dat onmiddellijk duidelijk wordt is beklemeyeceğim (ik zal niet kunnen wachten). Hier hebben we te maken met dezelfde suffixen als in het vorige voorbeeld konuşamayacağım, maar er worden andere klinkers (e in plaats van a, i in plaats van ı) voor gebruikt. Daardoor ontstaan er voor ons grappige verschijningen hırsız mısınız? (bent u een dief?) of gürültülü (lawaaierig).

Hoewel Turks oppervlakkig veel verwantschap toont met Fins, lijken beide talen in de verste verte niet op mekaar. En ik moet eerlijk toegeven, zo’n moeilijke taal als Turks heb ik nog nooit geleerd. Om dit te illustreren een zin uit het laatste dialoogje dat ik verwerkt heb:

Son yıllarda, özellikle büyük şehirlerde yaşayanlar, bayramlarda şehirlerden kaçıp dinlenmeyi tercih ediyorlar.

Laten we deze zin even tot op het bot ontleden:

Laatst jaar-meervoud-in, bijzonderheid-[voorzien van] groot stad-meervoud-in leven-[betrekkelijke bijzin]-meervoud, feest-meervoud-in stad-meervoud-uit vluchten-[verwijzing naar volgend werkwoord] rusten-infinitief-[lijdend voorwerp] voorkeur doen-onvoltooid-meervoud.

Wat wij domweg zouden vertalen als: De laatste jaren verkiezen vooral de bewoners van grote steden het om tijdens de feesten de stad te ontvluchten en uit te rusten.

Misschien tijd voor een beetje uitleg bij deze “abominatie”.

De ons bekendere talen gebruiken een vrij vaste woordvolgorde: eerst komt doorgaans het onderwerp, dan het werkwoord en dan het object (lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp): ik lees het boek.
Het Turks foefelt daar wat mee en plaatst het vervoegd werkwoord helemaal op het eind en heeft dus een onderwerp-object-werkwoord-volgorde. Wie dacht dat Duits irritant was omdat het werkwoord op het eind moest, heeft nog nooit Turks geleerd: Kitabı okuyorum. (Boek lees-ik).

Uit de voorbeeldzin blijkt ook nogal duidelijk wat de Turken zoal in hun suffixjes proppen: het meervoud (JA! Dat doen wij ook!), de voorzetsels in en uit, het feit dat iets voorzien is van, dat een woord in het Nederlands eigenlijk een betrekkelijke bijzin vormt, dat een woord lijdend voorwerp is of dat het werkwoord onvoltooid is.

Er is één suffix uit deze zin dat ik wat nader zou willen toelichten omdat het een vrij elegante wending is, namelijk de -ıp uit kaçıp. Dit suffix wordt aan een werkwoordsstam geplakt als een werkwoord dat iets verderop volgt, dezelfde suffixen krijgt. Het wordt bij ons meestal vervangen door en.
Een voorbeeld: İçip yeyeceğiz. (We zullen drinken en eten.) In plaats van aan het werkwoord drinken (iç-) dezelfde suffixen te hangen als aan eten (ye-) gebruiken onze Turkse vrienden het suffix -ip waardoor zelfs het voegwoord en overbodig wordt. U zult nu denken “wat een gedoe”, maarja, hoe moet een taal zonder woord voor en dat anders doen? (Nu overdrijf ik, ze hebben uiteindelijk wel een woord voor en geleend uit het Arabisch.)

Misschien was onduidelijk wat de bijzonderheid-[voozien van] betekende? Dat is hun woord voor vooral.

Maar goed! Tot zover de beknopte en toch ook wel vrij uitgebreide voorstelling van het Turks, mijn nieuwe project. En laat ik dan ook onmiddellijk deze taal aan iedereen aanraden! Niet alleen klinkt ze mooi dankzij de veelheid aan klinkers, ze is ook nog nuttigere en geestverruimende hersengymnastiek dan een sudoku!

Oh, en mocht u vragen hebben of wat meer uitleg willen: daarom kunt u reageren!

Liefs

°

Advertenties

De partitieve genitief

Eerst en vooral wil ik me verontschuldigen voor de maandenlange stilte. Er is intussen al heel wat in mijn leven veranderd. Vanaf september ben ik leerkracht Duits in mijn oude humaniora (Mater Dei-Instituut Woluwe). Per week zal ik er twaalf uur geven in het derde, vierde en vijfde jaar (zowel ASO en TSO). Gecombineerd met de postgraduaatsopleiding (Conferentietolk Duits/Engels) die ik ga volgen, lijkt het mij een zwaar jaar te gaan worden. Nog relatief jong zijnde – jaja, er heeft vorige maand ook nog een verjaardag plaatsgevonden – ben ik ervan overtuigd dat ik de uitdaging aankan.

Momenteel schrijf ik trouwens naarstig aan mijn thesis, die ik eigenlijk ‘meesterproef’ zou moeten noemen. Voor de nieuwsgierigen onder jullie: de voorlopige titel luidt “Cerebrale organisatie versus didactiek van het tolken”. Of, een poging tot hervorming van de tolkdidactiek vanuit – voornamelijk – neurolinguïstisch standpunt. Met andere woorden: hoe de hersenen in mekaar zitten en hoe alle talige processen cerebraal georganiseerd worden. Het is best vermoeiend om me in die nieuwe materie te verdiepen, ik heb immers geen neurolinguïstische achtergrond. Niettemin is het uiterst boeiend allemaal, ware het niet dat die wetenschap nog in zijn kinderschoenen staat en er bij elk hoofdstuk met tig onbewezen hypotheses naar je hoofd gezwierd wordt.

Maar, ik dwaal af! Deze post is dus een vervolg op de genitiefpost van 21 maart, mocht je die nog niet gelezen hebben, doe dat dan eerst. Ik ga er namelijk naar terugverwijzen.

Deze genitief, de partitieve, doet wat zijn naam ook impliceert: hij duidt een deel van een geheel aan.

Een mijner tantes.

Deze zin is een voorbeeld van een oude partitieve genitief *wijst naar genitiefuitgang van het bezittelijk voornaamwoord ‘mijn’*. Dit soort taalgebruik is verouderd en formeel.

Soms komt het echter wel eens voor in het normalere taalgebruik, maar dat zijn dan zogenaamde ‘vaste verbindingen’:

Een dezer dagen.

*wijst opnieuw naar genitiefuitgang*

Naast deze oubollige molochen, waarbij de genitief makkelijk door het voorzetsel ‘van’ omschreven kan worden, komt de partitieve genitief weliswaar in het dagdagelijkse taalgebruik vaak en onvermijdelijk voor (ook al “vergeten” velen hem te gebruiken).

Een combinatie van iets, niets, velerlei, allerlei, wat, veel, weinig, meer, minder, genoeg, voldoende, of wat voor met een adjectief (aka bijvoeglijk naamwoord) vereist een genitief-s.

Hij heeft iets kleins gekocht.

Dat is niets ergs.

Bij het ontbijt heb ik wat zoets gegeten.

Wat voor boeiends is er straks op tv?

Nu is het moment dan ook aangebroken om terug te verwijzen naar de vorige post waarin ik het uitvoerig heb over de genitiefuitgang en hoe die eruit ziet.

Let wel op, hier wordt de genitief-s niet zomaar vervangen door een apostrof. Eindigt het adjectief op een sisklank (voorbeelden zijn ‘grijs’ en ‘theoretisch’) dan verandert er niets aan het woord.

Morgen trek ik iets grijs aan.

Wij vonden die les weinig theoretisch.

Volgens de ANS is het dan beter om de partitieve genitief te omzeilen:

Morgen trek ik iets dat grijs is aan.

Wij vonden de les niet echt theoretisch.

Daarvan ben ik geen voorstander, ook al hoor je de genitief-s niet, het blijft duidelijk dat het om een genitief gaat.

Ten slotte zou ik willen waarschuwen voor hypercorrectie. Dat is een fenomeen waarbij een persoon té zeer zijn best wilt doen om geen fouten te maken en dus fouten maakt door juiste dingen te veranderen. ‘Iets’ heeft nog andere functies waarbij het geen genitief-s uitlokt, met name in combinatie met een vergrotende trap:

Ik had mij de zomer toch iets warmer voorgesteld.

Zou je niet liever iets gespierder zijn?

In deze zinnen heeft ‘iets’ de betekenis van ‘een beetje’, ‘een tikkeltje’ en is het graadaanduidend bijwoord.

Liefs,

°

PS: Net als bij de vorige post diende als bron de ANS.

De bezitsgenitief

Vroeger had het Nederlands, net als het Duits nu nog, naamvallen. De enige overgebleven en productieve naamval is de genitief. Productiviteit betekent dat een bepaalde uitgang of afleiding nog altijd probleemloos toegepast kan worden op zowel oude, nieuwe als uitgevonden of onbestaande woorden. De werkwoordsuitgang voor de derde persoon enkelvoud -t is bijvoorbeeld productief, zowel voor oude als voor nieuwe of uitgevonden/onbestaande werkwoorden wordt de derde persoon enkelvoud steeds met een -t gevormd op het eind.

De genitief wordt in het Nederlands enkel gebruikt om bezit aan te duiden bij eigennamen en als partitieve genitief. (Meer over de partitieve genitief volgt in de volgende post.)

De genitiefuitgang is een -s. Beïnvloed door het Engels neigen veel mensen ertoe om voor die -s een apostrof te zetten. In het Engels mag dat altijd, in het Nederlands niet.

§ Als de voorafgaande klank niet verandert door er een -s aan toe te voegen (door de lettergreep te sluiten met andere woorden), dan wordt er geen apostrof gebruikt:

Jans fiets. (Eindigt het woord op een medeklinker, dan wordt er geen apostrof gebruikt. Zie verderop voor woorden die al op een s of een s-klank eindigen.)

Andrés boeken. (Omdat er op de é een accent staat, kan die niet verkeerd uitgesproken worden. De s wordt gewoon aan de é geplakt.)

Geertruis computer. (Combinaties als eu, oe, ui, ie, aa, ee, uu, oo, ij, ei, eau, au, ou, … behouden hun uitspraak wanneer er een -s aan gehangen wordt.)

Marie Jeannes foto’s. (Jeanne eindigt op de zogenaamde sjwa, de klank in de of Elke behoudt ook zijn klankwaarde in een gesloten lettergreep.)

Belgiës beste pannenkoekenbakker.

§ Verandert de klank wél doordat de lettergreep gesloten wordt, dan wordt er een apostrof gebruikt:

Lisa’s moestuin. (De open a zou een doffe a worden.)

Elmo’s vuilbak.

Manu’s peuk.

Kelly’s verjaardag.

§ Eindigt het woord al op een s-klank, dan wordt er enkel een apostrof gezet en valt de genitief-s weg:

Fons’ balpen.

Bush’ ondergang. (Deze regel geldt ook voor sisklanken, zoals hier in Bush.)

Bangladesh’ regering.

Opgelet!

Marx’ communisme. (Hier hoor je een s-klank, dus enkel apostrof.)

Dutrouxs ontvoeringen. (In Dutroux hoor je géén s-klank, dus wordt de genitief-s gewoon aan het woord geplakt.)

Deprezs cursus. (Géén s-klank.)

Dumas’ werken. (Hier hoor je geen s-klank, maar toch wordt er enkel een apostrof geschreven. Dat komt omdat we in het Nederlands nooit twee dezelfde medeklinkers op het eind van een woord schrijven.)

France’ schort. (De e wordt in dit woord niet uitgesproken, volgens de uitspraak eindigt het als het ware op een s-klank, daarom staat er ook een apostrof. Als de -s zonder apostrof aan het woord geschreven zou worden, dan zou de sjwa uitgesproken worden.)

Leuk om weten is dat het Nederlands, in vergelijking met de andere grote Germaanse talen, de eerste taal is waarin de genitief aan het verdwijnen is. Het Engels en de Scandinavische talen bijvoorbeeld, waarin er ook geen naamvallen meer zijn behalve de genitief, gebruiken hun genitief-s veel productiever. Daar is het mogelijk om van elk woord een genitief te maken: *de kats poten, *de fiets’ bel. In het Duits zijn de naamvallen ook stilletjesaan aan het uitsterven. In vergelijking met de andere Germaanse talen is het te verwachten dat uiteindelijk de genitief ook daar als enige zal overblijven.

Liefs

°

PS: Als bronnen werden hier de ANS en Handboek Spelling door Johan De Schryver en Anneke Neijt gebruikt.

Engelse werkwoorden vs. Nederlandse spelling

Op mijn talrijke reizen door de cyberruimte valt me vaak op dat veel Nederlandstaligen problemen ondervinden met het vervoegen van de werkwoorden die we uit het Engels ontleend hebben. Daarom zal ik proberen om zo verstaanbaar mogelijk een samenvattinkje van de regels te geven.

Als basisregel geldt dat een Engels werkwoord op net dezelfde manier als een Nederlands werkwoord vervoegd wordt:

downloaden

ik download – hij downloadt

ik downloadde – hij downloadde

ik heb gedownload – hij heeft gedownload

Het is echter belangrijk om rekening te houden met het grondwoord. Bij de vervoeging van het werkwoord mag er niet geraakt worden aan de grondvorm.

Voorbeelden daarvan zijn:

racen – grondwoord race

updaten – grondwoord update

bridgen – grondwoord bridge

Bij de vervoeging blijft die grondvorm bewaard:

ik race – hij racet / ik racete – hij racete / ik heb geracet – hij heeft geracet

ik update – hij updatet / ik updatete – hij updatete / ik heb geüpdatet – hij heeft geüpdatet

ik bridge – hij bridget / ik bridgede – hij bridgede / ik heb gebridged – hij heeft gebridged

Zoals blijkt uit deze voorbeelden moet er nog altijd rekening gehouden worden met de dt-regels! Hóór (in tegenstelling tot zíé) je bij de uitspraak van de stam op het eind een medeklinkerklank uit fokschaapshit dan pas je die regels toe.

Grammatica zou grammatica niet zijn, als er geen uitzonderingen zouden zijn!

Hier volgt een opsomming:

1. Eindigt het grondwoord op een dubbele medeklinker, dan vervalt die dubbele medeklinker tot één enkele bij de vervoeging van het werkwoord:

crossen / ik cros – hij crost / ik croste – hij croste / ik heb gecrost – hij heeft gecrost.

Let wel, hier is er een uitzondering op de uitzondering! Áls de uitspraak van het woord verandert door het schrappen van de dubbele medeklinker, dan blijft die bewaard! Vergelijk daarvoor

volleyballen

en

baseballen. Ik volleybal – hij volleybalt / ik baseball – hij baseballt.

2. Als het Engelse grondwoord een “o” bevat, die als een lange [o] uitgesproken wordt en een “e” op het einde, dan wordt de spelling vernederlandst!

Scoren score

ik scoor – hij scoort / ik scoorde – hij scoorde / ik heb gescoord – hij heeft gescoord.

Mochten er vragen zijn, aarzel dan niet om die bij de commentaren te posten!

Liefs

°