Posts Tagged 'Indo-Europese talen'

Talen en hokjes I: de Germaanse talen

Door mijn laatste post heb ik gemerkt dat er bij velen nogal wat verwarring bestaat over taalgroepen.
Welke taal hoort er nou bij welke groep? En wat is daar zo kenmerkend aan?

Laten we beginnen bij het begin: het Indo-Europees. Dat is een taal die volgens historici gesproken werd van in Indië tot hier bij ons,  op het Europese continent. Dat kan kloppen want het Hindi (Indië) en Perzisch (of Farsi uit Iran) zijn bijvoorbeeld ook aan de talen hier verwant, hoewel ze tot andere takken ervan behoren. Het gaat hier om een verschrikkelijk groot gebied, en er zijn natuurlijk ook talen die niet Indo-Europees zijn: Arabisch, Hebreeuws, Turks, Fins en Hongaars bijvoorbeeld. Terwijl andere vreemde talen als Albanees, Bulgaars, Roemeens en Litouws wel Indo-Europees zijn.

Hoe zit dat nu met Nederlands, Duits, Engels, Frans, Spaans, Italiaans, Pools en Russisch? De eerste drie zijn Germaanse, de volgende drie Romaanse en de laatste twee Slavische talen. Die zijn allemaal Indo-Europees, wat betekent dat ze in den beginne allemaal één taal vormden en dus nog altijd gelijke kenmerken hebben. In de volgende posts van deze reeks Talen en hokjes zal ik proberen te verduidelijken wat zo typisch is aan elk van deze drie groepen. Vandaag staan de Germaanse talen op het programma.

Wij spreken Nederlands. Dat is een Germaanse taal. Samen met Engels, Duits en Fries vormen zij de West-Germaanse talen (ook het minder bekende Jiddisch (wat door Joden gesproken wordt in de VS, Engeland en Israël) en het kleine Luxemburgs zijn daar lid van).
Er bestaan ook Noord-Germaanse talen, die ook wel Scandinavische talen genoemd worden: Zweeds, Deens, Noors, IJslands en Faröers (het Zweeds zal vandaag dienst doen als vertegenwoordiger voor deze talen).
Ten slotte zijn er nog de Oost-Germaanse talen die helaas uitgestorven zijn. Het laatste restant daarvan was het Krim-Gotisch. Zoals de naam al doet vermoeden, werd deze taal in de Krim gesproken, een schiereiland in het zuiden van Oekraïne.

Dat al deze talen in een groep zitten, impliceert dat zij ontstaan zijn uit een gezamenlijke taal. Dit Germaans onderscheidde zich van het Indo-Europees door een bepaalde klankverschuiving die eerst beschreven werd door Jakob Grimm (jaja, van de gebroeders en de sprookjes) en later uitgewerkt werd door Karl Verner. Die twee hebben wetten geschreven die beschrijven hoe en waarom volgende verschillen tussen Germaanse (resp. Nederlands/Duits/Engels/Zweeds) en andere Indo-Europese talen (resp. Latijn/Frans) bestaan, het gaat telkens om de eerste letter:
broer/Bruder/brother/broder met een b, frater/frère met een f;
tien/Zehn/ten/tio met een t-klank (stemloze alveolair), decem/dix met een d (stemhebbende alveolair);
wat/was/what/vad met een v/w-klank (labiodentaal), quod/quoi met een k-klank (velair).
Al deze woorden hebben eenzelfde basis maar werden vervormd door klankverschuivingen.

Kenmerkend aan de Germaanse talen is ook het grotendeels verdwijnen van de acht naamvallen van het Indo-Europees (naar één (de genitief bestaat nog in alle Germaanse talen) of naar vier (Duits, Faröers en IJslands)). In de Baltische of Slavische talen bestaat er nog steeds een uitgebreid naamvallensysteem.
Daarnaast kennen de Germaanse talen ook een verbuiging van het bijvoeglijk naamwoord volgens bepaaldheid. Vergelijk een nieuw huis met het nieuwe huis (Duits: ein altes Haus – das alte Haus; Zweeds: ett gammalt hus – det gamla huset; maar Frans: une nouvelle maison – la nouvelle maison). Het bijvoeglijk naamwoord krijgt een uitgang die afhangt van het al dan niet bepaald zijn.
De laatste twee kenmerken hebben te maken met de werkwoorden. Enerzijds hebben de Germaanse talen een klinkerverandering behouden bij de verleden tijd van de sterke werkwoorden (zingen > zong > gezongen; singen > sang > gesungen; to sing > sang > sung; att sjunga > sjöng > sjungit; in tegenstelling tot: chanter > chantais > chanté). Anderzijds wordt de verleden tijd van de zwakke werkwoorden gekenmerkt door een dentaalsuffix (d.w.z. een uitgang met een d of een t): dansen > danste; tanzen > tanzte; to dance > danced; att dansa > dansade; opnieuw in tegenstelling tot: danser > dansais.

Omdat wij al deze kenmerken gemeenschappelijk hebben, is het voor ons veel makkelijker om een andere taal uit de groep van de Germaanse talen te begrijpen.
Duits: Er hat ein Glas Wasser getrunken.
Engels: He drank a glass of water.
Zweeds: Han drack ett glas vatten.
Frans: Il a bu un verre d’eau.
Iemand die Nederlands verstaat, zou geen moeite moeten hebben met bovenstaande zinnen, afgezien van de Franse versie die de verschillen illustreert. Zowel op vlak van woordenschat als van grammatica is min of meer duidelijk waarover het gaat. De vertaling is uiteraard: Hij heeft een glas water gedronken.

De aandachtigere lezer heeft waarschijnlijk een paar verschillen opgemerkt.
Om aan te tonen waarom en hoe de Germaanse talen verder onderverdeeld worden, volgt er nu een overzicht van hun onderlinge verschillen.
Het gaat in deze voorbeeldzinnen om een voltooide handeling. Daarom gebruiken wij in het Nederlands de voltooid tegenwoordige tijd (of perfectum), die we vormen met het hulpwerkwoord hebben (of zijn). Zo doet het Duits dat ook. In het Engels en het Zweeds wordt daarentegen een voltooide handeling uitgedrukt door het preteritum. Namelijk de tijd die wij de onvoltooid verleden tijd noemen (Ik dronk een glas water.). Waarom in deze context het Nederlands en het Duits de voorkeur geven aan het perfectum en Engels en Zweeds aan het preteritum is niet zomaar uit te leggen en zou ons te ver doen afwijken van het eigenlijk thema van deze post.

Natuurlijk zijn er nog andere verschillen tussen onze talige familieleden. Zo is het typisch voor Nederlands en Duits om de werkwoordsgroep te splitsen en en alles behalve de persoonsvorm achteraan de zin te plaatsen:
Ik zal vandaag nog een boek kunnen lezen.
Ich werde heute noch ein Buch lesen können.

Het Zweeds en Engels vinden dat lastig en plaatsen de werkwoordsgroep samen na het onderwerp, vooraan in de zin:
I’ll be able to read another book today.
Jag ska kunna läsa ännu en bok idag.

Binnenin de Germaanse talengroep heeft er zich nog een tweede klankverschuiving voorgedaan. Dat verklaart waarom Duits in vergelijking met de andere Germaanse talen soms andere medeklinkerklanken heeft. Iedereen kent de fameuze – en voor velen grappige – pf-klank wel. Nou, in de rest van de Germaanse talen is dat een p-klank gebleven: Apfel <> appel/apple/äpple; Pflug <> ploeg/plow/plog; scharf (in het Oud-Duits nog scharpf)<> scherp; sharp; skarp. Een ander voorbeeld is de t-klank die in het Duits tot een s-klank werd: essen <> eten/eat/äta; aus <> uit/out/ut.
Dat is ook de reden waarom in de voorbeeldzinnen over het uitgedronken glas water enkele medeklinkers onderstreept zijn.

Typisch aan de Noord-Germaanse talen is trouwens – en dat wil ik je per se nog meegeven – het bepaald lidwoord in de vorm van een uitgang achteraan het woord (een suffix dus).
a boy > en pojke; the boy > pojken; boys> pojkar; the boys > pojkarna;
een huis > ett hus; het huis > huset; huizen > hus (het onzijdig onbepaald meervoud krijgt in het Zweeds over het algemeen geen uitgang); de huizen > husen.

Typisch aan het Engels is zijn enorme woordenschat. Niet alleen is het Engels gebaseerd op het Germaans, waardoor heel veel woorden hun oorsprong daar vinden, daarnaast komt bijna 60% van de Engelse woordenschat uit het Frans of het Latijn. Daardoor zijn er ook heel veel overlappingen ontstaan: zo is vrijheid in het Engels zowel freedom als liberty. Het eerste woord gaat terug op de Germaanse stam (Duits: Freiheit; Zweeds: frihet), het tweede op de Romaanse (cfr. Frans liberté).

Zo, dit was dan het topje van de ijsberg voor mijn post over de Germaanse talen. Zoals gewoonlijk zijn vragen en opmerkingen welkom in een reactie!

Liefs!

°

Advertenties

Turks?! Een korte inleiding

Ik ben nu al enkele weken Turks aan het leren. Wie mij kent, zal weten dat dit de zoveelste, exotische taal in de rij is, naast bijvoorbeeld Fins en Russisch. Voor wie niet zo thuis is in deze talige wereld een beetje uitleg bij deze drie:

Russisch is net als Nederlands, Frans, Engels, Duits en de ons meer bekende talen een Indo-Europese taal. Maar in tegenstelling tot Nederlands, Engels en Duits welke Germaanse talen zijn of Frans, Spaans en Italiaans welke Romaanse talen zijn, behoort Russisch tot de Slavische talen (waaronder ook Pools, Tsjechisch, Oekraïens, Bulgaars,…). Dat Indo-Europese impliceert dat Russisch en Nederlands in een gigantisch ver verleden uit dezelfde oertaal ontstaan zijn en daardoor gemeenschappelijke stammen en een gelijkaardige grammaticale basis hebben.

Fins en Turks zijn daarentegen geen Indo-Europese talen. Wat betekent dat de basis van hun woordenschat en grammatica helemaal anders zijn dan die van de Indo-Europese talen. Neem nu het woord probleem. In al de ons omringende talen is dat woord bijna hetzelfde: Frans problème, Engels problem, Duits Problem. Ook in het Russisch geldt dat: проблема (problema). In het Fins (ongelma) en het Turks (sorun) daarentegen is er in die woorden niets “problematisch” meer te herkennen.

Fins is in tegenstelling tot wat velen denken niet verwant aan het Russisch en nog veel minder aan het Zweeds. Het is een zogenaamde Finno-Oegrische taal, waarvan twee bekende familieleden Ests en Hongaars zijn. Daarnaast zijn ook Laps en een heleboel kleine talen (Wotisch, Lijfs, Ingrisch, Tsjeremissisch of Zurjeens) die voornamelijk in Rusland gesproken worden lid van deze familie.

Turks is een van de Turkse talen (samen met Azerbeidzjaans, Oezbeeks, Tataars,…) en is géén Semitische taal (zoals Arabisch en Hebreeuws) maar wordt doorgaans tot de Altaïsche talen gerekend. Daarbij horen ook Mongools, Koreaans en Japans. Tegenwoordig (sinds 1928) wordt Turks met het Latijnse alfabet geschreven, maar daarvoor gebruikten ze nog het Arabische.
Om alle vreemde klanken te kunnen schrijven, hebben ze daarom nieuwe letters ingevoerd: de ö en ü zullen u wel bekend voorkomen, uit het Duits bijvoorbeeld, zo worden ze ook uitgesproken. Maar er was nog een klinker waarvoor de Turken een nieuwe letter nodig hadden, fonetisch gaat het om de /ɯ/, die lijkt op de Nederlandse doffe e maar neigt toch iets meer naar de i. Daarom gebruikt men in het Turks daarvoor een i zonder puntje erop: ı. Daaruit volgt logischerwijs ook dat de hoofdletter i een puntje krijgt: İ. Ten slotte moesten er nog letters komen voor een paar medeklinkers: ş, ç en ğ. De eerste is de sj-klank uit sjaal, de tweede de tsj-klank als in tsjilpen en de derde heeft geen klankwaarde maar verlengt onder andere de voorgaande klinker.

Turks en Fins, ofschoon ze niets met mekaar te maken hebben, hebben vrij veel elementen gemeenschappelijk.
Eerst en vooral zijn het allebei agglutinerende talen. Dat wil zeggen dat dingen die wij meestal met aparte woordjes uitdrukken (zoals het voorzetsel in of de toekomende tijd) in het Turks uitgedrukt wordt aan de hand van uitgangen die je achteraan (of zelfs soms middenin) het woord toevoegt.

Konuşamayacağım wat in het Nederlands zoveel betekent als ik zal niet kunnen spreken kan opgesplitst worden in een hoopje suffixen:
konuş- = de stam voor spreken;
-ama- = niet kunnen;
-yacağ- = toekomende tijd, zullen dus;
-ım = ik.

Daarnaast bestaat er in het Turks (opnieuw net als in het Fins) vocaalharmonie. Ook voor ons weer een vreemd concept. Simpel gezegd worden de klinkers in onderlinge groepen verdeeld. Afhankelijk van welke klinkers er reeds in het woord staan, worden de klinkers in suffixen daaraan aangepast. Een voorbeeld waaruit dat onmiddellijk duidelijk wordt is beklemeyeceğim (ik zal niet kunnen wachten). Hier hebben we te maken met dezelfde suffixen als in het vorige voorbeeld konuşamayacağım, maar er worden andere klinkers (e in plaats van a, i in plaats van ı) voor gebruikt. Daardoor ontstaan er voor ons grappige verschijningen hırsız mısınız? (bent u een dief?) of gürültülü (lawaaierig).

Hoewel Turks oppervlakkig veel verwantschap toont met Fins, lijken beide talen in de verste verte niet op mekaar. En ik moet eerlijk toegeven, zo’n moeilijke taal als Turks heb ik nog nooit geleerd. Om dit te illustreren een zin uit het laatste dialoogje dat ik verwerkt heb:

Son yıllarda, özellikle büyük şehirlerde yaşayanlar, bayramlarda şehirlerden kaçıp dinlenmeyi tercih ediyorlar.

Laten we deze zin even tot op het bot ontleden:

Laatst jaar-meervoud-in, bijzonderheid-[voorzien van] groot stad-meervoud-in leven-[betrekkelijke bijzin]-meervoud, feest-meervoud-in stad-meervoud-uit vluchten-[verwijzing naar volgend werkwoord] rusten-infinitief-[lijdend voorwerp] voorkeur doen-onvoltooid-meervoud.

Wat wij domweg zouden vertalen als: De laatste jaren verkiezen vooral de bewoners van grote steden het om tijdens de feesten de stad te ontvluchten en uit te rusten.

Misschien tijd voor een beetje uitleg bij deze “abominatie”.

De ons bekendere talen gebruiken een vrij vaste woordvolgorde: eerst komt doorgaans het onderwerp, dan het werkwoord en dan het object (lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp): ik lees het boek.
Het Turks foefelt daar wat mee en plaatst het vervoegd werkwoord helemaal op het eind en heeft dus een onderwerp-object-werkwoord-volgorde. Wie dacht dat Duits irritant was omdat het werkwoord op het eind moest, heeft nog nooit Turks geleerd: Kitabı okuyorum. (Boek lees-ik).

Uit de voorbeeldzin blijkt ook nogal duidelijk wat de Turken zoal in hun suffixjes proppen: het meervoud (JA! Dat doen wij ook!), de voorzetsels in en uit, het feit dat iets voorzien is van, dat een woord in het Nederlands eigenlijk een betrekkelijke bijzin vormt, dat een woord lijdend voorwerp is of dat het werkwoord onvoltooid is.

Er is één suffix uit deze zin dat ik wat nader zou willen toelichten omdat het een vrij elegante wending is, namelijk de -ıp uit kaçıp. Dit suffix wordt aan een werkwoordsstam geplakt als een werkwoord dat iets verderop volgt, dezelfde suffixen krijgt. Het wordt bij ons meestal vervangen door en.
Een voorbeeld: İçip yeyeceğiz. (We zullen drinken en eten.) In plaats van aan het werkwoord drinken (iç-) dezelfde suffixen te hangen als aan eten (ye-) gebruiken onze Turkse vrienden het suffix -ip waardoor zelfs het voegwoord en overbodig wordt. U zult nu denken “wat een gedoe”, maarja, hoe moet een taal zonder woord voor en dat anders doen? (Nu overdrijf ik, ze hebben uiteindelijk wel een woord voor en geleend uit het Arabisch.)

Misschien was onduidelijk wat de bijzonderheid-[voozien van] betekende? Dat is hun woord voor vooral.

Maar goed! Tot zover de beknopte en toch ook wel vrij uitgebreide voorstelling van het Turks, mijn nieuwe project. En laat ik dan ook onmiddellijk deze taal aan iedereen aanraden! Niet alleen klinkt ze mooi dankzij de veelheid aan klinkers, ze is ook nog nuttigere en geestverruimende hersengymnastiek dan een sudoku!

Oh, en mocht u vragen hebben of wat meer uitleg willen: daarom kunt u reageren!

Liefs

°